Vrolijk muzikaal, beetje kritisch ook wel, volstrekt onpartijdig en redelijk begripvol. Beetje plagerig hier en daar maar een goede muzikant kan daar tegen. Tegenstander van 'festivalditis' en vooral lawaaischoppers. Kortom: precies zoals een (klassieke-) muziekblog dient te zijn......zegt het voort , zegt het voort! De redactie.
zaterdag 27 december 2025
zondag 21 december 2025
Hoeveel gaan er in een dozijn....
Dit wordt zo beroerd gespeeld dat het onmiddellijk doet denken aan het spel van Soerjadi. Maar neen, het is Mickey Mouse niet, neen, het is de vrouwelijke variant (hoewel ...) en heet Marietta Petkova. Pianospel zonder enige diepgang. En het blijkt niet de enige overeenkomst. Het niveau is dat van een gemiddelde 4de- jaars conservatoriumleerling die de voorgaande studiejaren ook al niet uitblonk en de 'passie' ontbreekt op alle fronten. Bloedeloos, oninteressant en vooral overbodig spel vanuit een lege badkamer. Wie zit nou toch in Godsnaam te wachten op dit zenuwslopende gepingel?
Een tweede overeenkomst is dat achter Petkova een fanatieke 'promotor' zit die de boel aan de man brengt en door middel van heel veel lawaai te pas en te onpas zijn geliefde op de muzikale kaart probeert te zetten. Als je de bovenstaande video beluistert dan vraag je je af hoe het kan dat ze aardig wat aandacht krijgt in de pers waar zij, evenals het het geval is bij Soerjadi, steevast als 'meesterpianist' wordt betiteld. Wat is dat toch onzin, worden die stukjes geschreven door mensen met een beroerd gehoor? of worden ze net als de Hansjes Haffmans van deze wereld lekker gefêteerd door de platenindustrie want anders is het niet te verklaren dat pianisten uit de tweede of derde categorie (en die heb je beslist!) zoveel aandacht krijgen. Petkova is een typisch voorbeeld van wat dit onzinnige geschrijf veroorzaakt: veel publiciteit waardoor mensen denken dat we hier met een grootheid hebben te maken wat dat dan ook mag betekenen. Maar dat is onterecht in het geval van deze omhoog gevallen pianiste.
Om haar cd's aan de man te brengen, bedacht de soulmate van Petkova een listig plan via crowdfunding. Dat gaat als volgt: je schrijft een heleboel mensen aan, zgn. backers, en vraagt of ze een bedrag willen schuiven om een nieuwe cd met (o.a.) 'Preludes' van J.S. Bach te realiseren. Nou dat willen de onwetenden onder de 'kenners' wel en maken gezamenlijk ruim 8000 euro over. Je hebt verschillende bedragen die alle een kleinere of grotere gunst opleveren van Petkova die, zoals altijd, maar blijft koekeloeren met dat Oostblok trekje rond heur mondhoeken. Zo krijg je voor een tientje een gesigneerde foto en een bedankje in je mailbox en vermelding op de foeilelijke site van de pianiste. Kijk toch 'ns an jongens. Voor 30 euro ontvang je twee gesigneerde cd's en ook je naam op de website. Doe je er in een overspannen toestand een paar tientjes bij, dan ontvang je een handgeschreven briefje van deze juffrouw en natuurlijk vermelding op de website, haar website. En zo kun je steeds hoger gaan en is de beloning daarop aangepast. En als dat gedoe nu zou leiden tot een opname waar je U tegen zegt..? neen het is allemaal 33x niks en lucht, heel veel doorgebakken lucht.
Petkova vindt dat zelf niet getuige deze regels op haar site: "Zij is in staat om de luisteraar in de ziel te raken. Spirituele diepgang, virtuositeit en veelzijdigheid zijn bij haar samengesmolten tot waarachtig kunstenaarschap, dat door pers en publiek met open armen wordt ontvangen" en meer van dat zelf promotende gelullo.
Je zou haar moeten adviseren vooral geen Bach te spelen want dat is veel te hoog gegrepen. Dat kan ze niet met als gevolg dat het nergens naar klinkt. Laat dat nou over aan mensen als Grigory Sokolov, Glenn Gould, Lucas Debargue ('zijn Satie is trouwens ook verbluffend..!) om maar eens een paar 'meesterpianisten' te noemen. Debargue moeten we sowieso in de gaten houden want dat kon wel eens een Hele Grote worden. Net zoals Martin James Bartlett en Daniil Trifonov om maar eens een paar te noemen. Deze mensen hebben stuk voor een stuk een dergelijk hoog niveau dat in Nederland niet voorkomt. Waar dat aan ligt? geen idee. Maar als we het over grandioze pianisten gaan hebben, dan moeten we echt de grens over.
Een uiterst kleine uitzondering moet misschien gemaakt worden als we het over Hannes Minnaar hebben. Die jongen heeft de potentie in zich 'groot' te worden en dan bedoel ik niet met de zoveelste cyclus Beethoven pianoconcerten die hij opnam met het Nederlands Symfonie Orkest o.l.v. Jan Willem Allemansvriend, maar met een opname die beslist waardevol is, n.l. de cd die eveneens bij 'Challenge Records' verscheen met muziek van Fauré. Hier speelt Minnaar (er zijn sommige foto's van deze jongeman in omloop waarop het lijkt dat-ie zojuist uit een schilderij van Carel Willink is gestapt) fantastisch en ingetogen en weet m.i. exact de Franse touch te raken die bij deze fijnbesnaarde muziek zo belangrijk is. Hemelse muziek die onder handen van Minnaar uitstekend tot zijn recht komt. Heel subtiel en niet overdreven virtuoos. Fijnzinnig spel van de bovenste plank.
vrijdag 19 december 2025
Rainer Maria Rilke - ∼ Herbsttag ∼
∼ Herbsttag ∼
Herr: es ist Zeit. Der Sommer war sehr groß.
Leg deinen Schatten auf die Sonnenuhren,und auf den Fluren laß die Winde los.
Befiehl den letzten Früchten voll zu sein;
gib ihnen noch zwei südlichere Tage,
dränge sie zur Vollendung hin und jage
die letzte Süße in den schweren Wein.
Wer jetzt kein Haus hat, baut sich keines mehr.
Wer jetzt allein ist, wird es lange bleiben,
wird wachen, lesen, lange Briefe schreiben
und wird in den Alleen hin und her
unruhig wandern, wenn die Blätter treiben.
Rainer Maria Rilke (Paris 1902)
woensdag 17 december 2025
De beste klassieke pianisten komen uit Rusland.....
Yevgeny Sudbin
Konstantin Emilyanov
Alexandra Dovgan
Demian Filatov (12)
Dmitry Shishkin
Nikolaj Loeganski
Denis Matsuev
Tatiana Shebanova
Roman Borisov
Michael Kaykov
Marina Yakhlakova
Alexander Ghindin
Konstantin Scherbakov
Polina Osetinskaya
Ivan Bessonov
Andrey Gugnin
Evgenia Foelsche
Jevgeni Kissin
Rustem Hayroudinoff
Arcadi Volodos
Vladimir Sverdlov
Nikolai Tokarev
Vyacheslav Gryaznov
Igor Levit
Aleksei Volodin
Alexander Melkinov
Mikhail Voskresensky
Mikhail Pletnev
Denis Kozhukhin
Vladimir Skomorokhov
Viktoria Postnikova
Dmitry Masleev
Sergei Dorensky
Yury Martynov
Elisabeth Leonskaja
Igor Zhukov
Svjatoslav Richter
Vladimir Sofronitsky
Maria Grinberg
Pavel Kolesnikov
Alexander Sinchuk
Lyubov Timofeeva
Emil Gilels
Andrei Gavrilov
Anna Vinnitskaya
Boris Berezovsky
Vladimir Krainev
Mikhail Bouzine
Maria Yudina
Alexander Rabinovitch-Barakovsky
Bella Davidovich
Dina Ugorskaja
Nikolay Khozyainov
Anatoly Vedernikov
Slava Poprugin
Anatoly Sheludyak
Alexey Lebedev
Alexei Ljoebimov
e.v.a.
dinsdag 16 december 2025
De meest afschuwelijke bewerkingen....(maar er zijn veel meer)
Max Richter (Antonio Vivaldi)
2) Goldberg Variaties van Bach
door Calefax Rietkwintet
3) Goldberg Variaties van Bach
door Vincent van Amsterdam, accordeon
4) Goldberg Variaties van Bach
door een strijktrio in een arrangement van
Dmitry Sitkovetsky
Friedrich Nietzsche
"Er is maar één christen, en die stierf aan het kruis".
Im Grunde gab es nur Einen Christen, und der starb am Kreuz.
Zwartkoptuinfluiter
Eigenlijk al van mijn kindertijd af
denk ik al aan mijn uitvaart.
Ik zou willen dat iedereen dan
gelukkig was, dat vreemde geluk
om iets wat te mooi is, wat pijn doet.
Ik heb mij daarbij muziek voorgesteld,
een klagende hobo van Albinoni,
of dat ik op een bandje voor jullie
een stoïsch, dankbaar gedicht voorlas;
maar eigenlijk hoop ik dat het mei zal zijn
onder hoge beuken, en heel stil,
en dat dan opeens twee zwartkopjes gaan zingen
tegen elkaar in. Laat dan niemand spreken,
want iets mooiers, iets ontroerenders
bestaat er niet op aarde.
Hans Warren, Verzamelde Gedichten. Amsterdam: Bert Bakker, 2002.
vrijdag 12 december 2025
BWV 1178 en 1179
Het Bach-Werkeverzeichnis (BWV) is sinds 17 november 2025 twee nieuwe nummers rijker. De directeur van het Bach-Archiv Leipzig, prof. dr. dr. h.c. Peter Wollny, heeft twee tot dusver onbekende orgelwerken definitief aan Johann Sebastian Bach kunnen toeschrijven. Met een live gestreamde feestelijke bijeenkomst, bijgewoond door cultuurstaatsminister Wolfram Weimer en de Leipziger burgemeester Burkhard Jung, vierde de stad Leipzig samen met de internationale Bach-gemeenschap de uitvoering door Ton Koopman van deze twee composities in de Thomaskirche – voor het eerst sinds 320 jaar. Ze zijn inmiddels op You Tube beschikbaar.
De twee nu als vroege werken van Bach geïdentificeerde composities, de Ciacona in d-klein BWV 1178 en de Ciacona in g-klein BWV 1179, zijn al meer dan drie decennia bekend bij Wollny. Hij ontdekte ze in de Koninklijke Bibliotheek van België. Gedurende zijn onderzoeksloopbaan verzamelde hij talrijke aanwijzingen die nu, dankzij de identificatie van de kopiist, tot een sluitend geheel konden worden samengevoegd. Deze identificatie vond plaats binnen het kader van het Forschungsportal BACH, een project van de Saksische Akademie der Wissenschaften zu Leipzig, waarin voor het eerst alle beschikbare archiefbronnen over de gehele muzikale familie Bach digitaal ontsloten en publiek toegankelijk zijn gemaakt.
Wollny: 'Lang heb ik gezocht naar het ontbrekende puzzelstuk voor de toewijzing van deze composities – nu ontvouwt zich het volledige beeld. We kunnen definitief zeggen dat de afschriften rond 1705 door de Bach-leerling Salomon Günther John zijn vervaardigd. Stilistisch vertonen de werken bovendien de kenmerken die men in die tijd wel in Bachs oeuvre aantreft, maar bij geen enkele andere componist.'
Het toeschrijven van een werk aan Bach is een moeizaam proces: beide manuscripten zijn niet door Bachs eigen hand geschreven, bovendien ongedateerd en niet ondertekend. Toch kon Wollny de aanvankelijk naamloze schrijver ook in andere bronnen uit Bachs omgeving aantonen – bijvoorbeeld in een ander vroeg werk van Bach, een fuga over een thema van Albinoni. Daarbij kwamen nog andere stukken uit het Midden-Duitse gebied.
Binnen dit project ontdekte Wollny's medewerker dr. Bernd Koska in een Thürings kerkarchief een sollicitatiebrief uit 1729. Een tot dan toe volkomen onbekende organist, Salomon Günther John, beweerde daarin dat hij in Arnstadt leerling van Bach was geweest. Johns levensloop kon vervolgens goed worden gereconstrueerd: van 1705 tot 1707 kreeg hij les bij Bach in Arnstadt en ook in latere jaren duikt hij in Weimar opnieuw in Bachs omgeving op. Wollny ging op zoek naar documenten en vond uiteindelijk vroege schriftelijke getuigenissen van John, op grond waarvan hij eenduidig als de gezochte kopiist kon worden geïdentificeerd.
De afschriften zijn rond 1705 ontstaan. Stilistisch bevatten de composities kenmerken die men in die tijd in Bachs werken aantreft, maar bij geen enkele andere componist, zoals de verbinding van variatie en ostinato met een uitgebreide fuga. Daarnaast zijn er technieken die sterk herinneren aan de Lüneburger organist Georg Böhm, Bachs leermeester. Bachs vroege composities zijn tot in zijn Weimarer periode doortrokken van dergelijke reminiscenties aan Böhm. Bovendien zijn er muzikale verwijzingen naar de Chaconne uit Bachs cantate BWV 150.
Het Bach-Archiv Leipzig, gevestigd op Bachs belangrijkste werkplek, geldt als internationaal expertisecentrum voor onderzoek naar leven, werk en receptiegeschiedenis van Johann Sebastian Bach en zijn muzikale familie. Dit jaar viert de instelling haar 75-jarig jubileum. Het doel van het instituut is het erfgoed van Bach te bewaren, te onderzoeken en als cultureel goed te ontsluiten. Het Bach-Archiv is lid van de Konferenz Nationaler Kultureinrichtungen en behoort tot de culturele 'lichttorens' van Duitsland. Het Forschungsportal BACH vormt een van de meest ambitieuze digitaliseringsprojecten van de Saksische Akademie der Wissenschaften zu Leipzig en is in het Bach-Archiv verankerd.
Toen de 18-jarige Johann Sebastian Bach in 1703 in het Thüringse Arnstadt zijn eerste betrekking als organist aanvaardde, begon een productieve periode. Hier bereikte hij met zijn composities een professioneel niveau; zijn zoon Carl Philipp Emanuel zou later spreken van de 'eerste vruchten van zijn vlijt'. In zijn Arnstädter werken grijpt Bach terug op de impulsen uit zijn leertijd bij zijn oudste broer in Ohrdruf (1695–1700) en zijn opleiding bij Georg Böhm in Lüneburg (1700–1702), en begint hij te experimenteren met de versmelting van midden- en noordduitse tradities.
De beide Ciacona's
De Ciacona in d-klein en Ciacona in g-klein zijn variatievormen
gebaseerd op een ostinate basfiguur, een procédé dat in de vroege
achttiende eeuw populair was en dat Bach later tot grote hoogte zou
voeren in werken als de Passacaglia in c-klein BWV 582. Beide Ciacona's
tonen een vroege beheersing van dit principe: een herhalende baslijn
vormt het fundament voor een reeks variaties die zich ontvouwen in
contrapuntische en harmonische rijkdom.
De ontdekking van deze twee Ciacona's verrijkt ons begrip van Bachs vroege orgelstijl. Ze tonen hoe hij rond 1705 experimenteerde met variatievormen en harmonische expansie. In vergelijking met tijdgenoten zoals Buxtehude en Pachelbel zijn de werken opvallend intens en persoonlijk gekleurd. Ze vormen een schakel tussen de Noord-Duitse orgeltraditie en Bachs latere monumentale orgelwerken.
Voor uitvoerders liggen de uitdagingen in de balans tussen de strikte ostinate structuur en expressieve vrijheid. De variaties vragen om een genuanceerde registratiekeuze en een retorische interpretatie die de dramatische boog van de werken zichtbaar maakt. Voor onderzoekers en luisteraars openen de Ciacona's een nieuw venster op Bachs vroege stijl en zijn zoektocht naar expressieve variatievormen.
Conclusie
De toewijzing van de beide Ciacona's aan Johann Sebastian Bach
is niet alleen een musicologische sensatie, maar ook een belangrijke
verrijking van het orgelrepertoire. De werken bieden een unieke blik op
Bachs vroege stijl en zijn zoektocht naar expressieve variatievormen.
Dankzij de inspanningen van het Bach-Archiv Leipzig en het
Forschungsportal BACH zijn deze composities nu toegankelijk voor zowel
onderzoekers als uitvoerders, en markeren zij een nieuw hoofdstuk in de
receptiegeschiedenis van de componist.
Beide orgelwerken zijn op 17 november uitgegeven door het eveneens in Leipzig gevestigde Breitkopf & Härtel.
|
|


