dinsdag 27 januari 2026

Glenn Gould - Contrapunctus XIV Die Kunst der Fuge


 

Über dieser Fuge, wo der Nahme B.A.C.H. im Contrasubject angebracht worden, ist der Verfasser gestorben

 

 

 

 

 

 

Canto Ostinato....schrecklich!!!

Weet u dat van het Canto Ostinato van Simeon ten Holt talloze versies bestaan? en alle op cd verkrijgbaar. Van twee piano's (o.a door het wereldvreemde en humorloze duo Scholtes & Janssens, als je die twee chagrijnig ziet zijn op de treurbuis - kortgeleden nog bij Podium W. - dan is het een en al doffe ellende). 
Vooral juffrouw Scholtes is een frappant voorbeeld van een pianiste die eigenlijk helemaal nergens zin in heeft en liefst thuis was gebleven. Lekker depri op de bank en vooral lijden, heel veel verrukkelijk lijden. In de wachtkamer van de Hemelse Pottenbakker
Leuke hobby en 24/7 beschikbaar. Gezelli!
Saai, dor, bewust niet-vriendelijk en oervervelend. Schielijk uit het Hollandse doosje gewipt waaruit de noodzakelijke ambitie en het muzikaal talent al lang geleden verdween. Jammerlijk mislukt dit duo, pretenties zat maar daar komt niks van terecht, de zuurgraad is hoog en dus onverdraaglijk. Akelige lui dit  stel. Overbodigheid speelt de hoofdrol.
Wij hadden in een ver verleden te maken met het Franse pianoduo Katja en Marielle Labeque. Een 2-tal zéér muzikale maar ook geestige dames waar we ongelooflijk veel plezier mee hebben gehad.
Mijn toenmalige vrouw raakte innig bevriend met beide en kon er jaren later nog enthousiast over vertellen. Twee belezen, geestige maar vooral beschaafde mensen.....het was een voorrecht om dit pianoduo te hebben gekend. Als ze in Nederland optraden kwamen de levenslustige dames steevast bij ons logeren en dat waren heerlijke en gedenkwaardige avonden. Wijn uit de Betere Kelder ontbrak vanzelfsprekend nimmer en bleek altijd maar weer een zalige 'begeleider' tijdens deze bijeenkomsten. 
Nu zijn er jonge mensen op weg om ook te proberen hun sporen te verdienen door in het muzikale leven een prima indruk achter te laten. 
We denken dan direct aan Sheku Kanneh-Mason, cello en zijn zus Isata Kanneh-Mason, piano. Als je deze getalenteerde mensen hoort en ziet spelen, dan knalt het plezier er van af. Dat geldt overigens voor de hele familie Kanneh-Mason want elk lid bespeelt een instrument. Wat zou het leuk zijn als we dit type duo's in dit land hadden die én voortreffelijk spelen én er ogenschijnlijk lol in hebben. Maar hier is het is allemaal zo vreselijk serieus, zwaar en chagrijnig, mijn God, en  die moeten nog een lange weg afleggen....
Maar waren we gebleven. Oh ja, we hadden het over Canto Ostinato van die onooglijke druiloor Ten Holt. Voor twee piano's dus, drie piano's tot maar liefst 4 (vier!) piano's, en van 2 kistorgels samen met 2 marimba's, het kan niet op. Zelfs een octet van cellisten heeft de repeterende noten van die tandeloze zenuwlijder op een cd uitgebracht. Ronduit verschrikkelijk! 
Iedereen wil een graantje meepikken van de hype Ten Holt. 't Zou me niet verbazen als er binnenkort een versie voor 1 gehandicapte lesbische mezzo-sopraan ('ze is zo gewoon gebleven...'), 112 piccolo's en een tropical steelband verschijnt die uitsluitend bestaat uit 60+ transgenders. Ik wist niet dak het in me had.
Er bestaat een heuse Canto-industrie.
Telkens maar weer nieuwe opnamen in alle mogelijk combinaties van instrumenten. Maar het blijft pure kitsch. In welke variant dan ook. Oervervelende 'muziek' en misselijkmakend overschat.
De tandeloze componist uit Bergen wordt in vaak één adem genoemd met minimal music kopstukken Philip Glass, Steve Reich en Terry Riley. Wie dit heeft bedacht is een raadsel.
De 'muzikale' goegemeente wordt nu weer opgeschrikt door het zoveelste dieptepunt in de Canto-reeks. Het is de zelfbenoemde pianist Jeroen van Veen (natuurlijk speelde hij ook een schijfje vol met eentonige muziek van Piazzolla, u weet wel, dat is die Argentijn die één melodie schreef en daarna talloze variaties op die ene melodie) die kennelijk niet genoeg krijgt van de omhooggevallen Ten Holt want samen met zijn lieftallige eega produceerde hij wéér een opname, de zoveelste, van de kaskraker. Van Veen bracht ook een cd uit op het Kruidvat-label Brilliant Classics met oervervelende muziek van ene Max Richter, slaapverwekkend maar koren op de molen van de pianist want die is van hetzelfde laken een pak. De luchtigheid is onverdraaglijk. Vreselijk eentonige muziek, beetje Einaudi-achtig en dus niet om aan te horen. Dat er een label is die deze troep uitbrengt, blijft me verbazen.
Van Veen studeerde piano aan het Utrechts Conservatorium bij Alwin Bär en Håkon Austbö en dat zegt genoeg. De eerste leeft niet meer en de tweede bezwijkt binnenkort aan z'n kapsones die een zware last dreigt te worden. Van Veen specialiseerde zich naar eigen zeggen als pianist en componist in minimal music. Speelt naar eigen zeggen in op de behoefte aan beleving, voor jong en oud. Zo organiseert hij lig-en Twitter-concerten, en maakt hij muziek op een piano gemaakt van Lego-blokjes (!)We hebben er naar geluisterd, een eenvoudig mens moet toch wat, en kan u meedelen dat het binnen twee minuten op je zenuwgestel werkt: je begint te zweten, winderigheid is merkbaar en, sterker nog, je krijgt moordneigingen ('diatonisch systeem, met een repetitief karakter') en daarom is het raadzaam geen mensen uit te nodigen tijdens het beluisteren want de overlevingskansen van het nietsvermoedende bezoek zijn uiterst minimaal.
We zullen Ten Holt zelfs eens aan het woord laten:
"De pianisten moeten goed op elkaar letten, elkaar signalen geven, beurtelings de leidende partij op zich nemen, op elkaar reageren. (Ten Holt noemt dat 'de rotonde-mentaliteit'), het is een sociaal proces, een werk in uitvoering. Als je niet meebeweegt met je omgeving gaat het fout. Echte solisten spelen mijn stukken daarom niet graag, die willen hun eigen weg gaan. Het middendeel van Canto Ostinato, bijvoorbeeld, kun je gebonden spelen, maar ook plotseling staccato en dan geeft dat een sterk klankkleur verschil. Het gaat in mijn stukken om een sociaal proces waarin de spelers elkaar moeten vinden. Ik heb dan wel goede pianisten nodig maar geen sterren, want sterpianisten zijn te individualistisch en te zeer solisten. Bij mij moeten ze een interactie met elkaar aangaan. Dat is het geheim".
Dat is juist. Er is niet één pianist van naam en faam die zich waagt aan dit gejengel. Het zijn de lieden van de tweede en derde garnituur die er wel brood in zien (en de duiten opstrijken) en het werk in ontelbare versies op de markt brengen. En het publiek koopt deze rotzooi. Onbegrijpelijk.
(Dat die Aziatische gladjanus nog geen opname uitbracht met deze troep....)

Canto Ostinato XL, Simeon ten Holt
Ten Holt: Canto Ostinato XL, 9 versions on 12 cds
Canto Ostinato (version for piano)
Canto Ostinato (version for two pianos)
Canto Ostinato, for four pianos
Canto Ostinato (version for Three Pianos & Organ)
Canto Ostinato (version for Solo Organ)
Canto Ostinato (version for Two Pianos & Two Marimbas)
Canto Ostinato (version for Multitrack Marimbas)
Canto Ostinato (version for Two Prepared Pianos)
Canto Ostinato (version for Synthesizers)


PS Het Simeonkwartet speelt dit zenuwgepriegel op verschillende locaties in het land. Voor € 32.50 kunt u er bij zijn en voor die prijs krijgt u bij binnenkomst van de zaal vier Oxazepammetjes van 50 mg tegen epilepsie aanvallen en na afloop een Pervitin om u weer op de been te helpen. Er gaan inmiddels stemmen op om zowel dit kwartet alsook uitvoeringen van Canto Ostinato streng te verbieden maar dat is tot op dit moment nog niet gelukt. Helaas

maandag 26 januari 2026

maandag 12 januari 2026

VIVACE (muziekprijs voor jonge & opvallende talenten) PERSBERICHT

In maart 2027 wordt een muziekprijs in het leven geroepen genaamd VIVACE ter grootte van 750 euro 

die elke twee jaar van harte zal worden uitgereikt aan de meest 'opvallende' jonge musicus die dit land voortbracht.

Behalve het hierboven genoemde bedrag, bestaat de prijs bestaat verder uit een grafisch fraai vormgegeven zeefdruk en is de verwachting dat alleen al hierom de kandidaten in rijen van vier staan opgesteld. 

 

 

 

wordt vervolgd 


donderdag 8 januari 2026

Bijdrage: Aart van der Wal

 


Michael Maul: Bach - Een liefdesverklaring

Het nieuwste boek over Johann Sebastian Bach is een bijzonder boek, alleen al vanwege de behandeling van de meest besproken werken: de cantates die Bach in zijn eerste jaren in Leipzig (1723-1727). Een van Bachs taken in Leipzig was wekelijks muziek schrijven voor de zondagse eredienst, wat resulteerde in meer dan 100 cantates. Michael Maul, een Duitse Bach-kenner van wie eerder onder meer een uitvoerige beeldbiografie verscheen, gaat bij deze werken kort en duidelijk in op de theologische en liturgische achtergronden, de tekstdichters, de praktische kwesties bij de totstandkoming en de relatie tussen tekst en muziek. Hij beseft het belang van al deze aspecten: hoewel in het compositieproces de volgorde van de fasen vast lag en ligt, beseft hij gelukkig terdege dat iedere fase de voorgaande in een nieuw licht kan plaatsen. Tekstdichters kunnen met een zekere vrijheid cruciale Bijbelteksten interpreteren, een componist kan dat met de tekst, een musicus kan dat met de partituur, wij anno 2024 met materiaal van drie eeuwen oud. Maul doet dat op kleine schaal (want een uitvoerige bespreking van alle cantates op deze manier zou het boek vijf keer zo dik maken), maar hij erkent het belang van wisselwerking en permanente interpretatie van bestaand materiaal en heeft een neus voor sprekende details. Muziek is zowel illustratie en intensivering van de tekst als interpretatie en toetreding tot een nieuw spiritueel domein – en vooral het spel daartussen.

Moet men Maul ondanks die prettige breedte toch plaatsen, dan is hij vermoedelijk meer een man van het woord dan van de muziek, al gaat hij uitvoerig in op het feit dat Bach na enige jaren in Leipzig wat uitgekeken raakte op zijn baan en uitkeek naar een functie elders. Instrumentale werken worden zeker niet vergeten, maar Maul is uitvoeriger over de grote vocale werken als de Matthäus-Passion en de Hohe Messe. Enerzijds bespreekt hij uitgebreid de religieuze aspecten van beide stukken, anderzijds erkent hij dat Bach daarin dezelfde compositietechnieken toepast die ook voor zijn instrumentale composities kenmerkend zijn. Zonder het met zoveel woorden te zeggen geeft Maul antwoord op de veel gestelde vraag wat Bach meer was: gelovige of ambachtsman. Het sympathieke antwoord: beide, het een kan niet zonder het ander, de vraag naar prioriteit is irrelevant. Dat Bach niet in het hokje past van eenzijdige bewonderaars, illustreert Maul ook met zijn bespreking van de invloeden op Bach.

Over Bach is zeer weinig bekend. Persoonlijke documenten zijn er vrijwel niet, bij de bekende portretten worden vraagtekens geplaatst en diverse composities zijn verloren gegaan. Pogingen zijn werk of persoon beter te begrijpen door de context erbij te halen zijn begrijpelijk (Christoph Wolff in zijn grote biografie maakt graag van deze methode gebruik), maar leiden af van het feit dat Bach ook een eigenzinnig wezen was die deed wat hij wilde ongeacht de context, in ieder geval binnen zijn kunst, anders begrijpt men niet waarom zijn superieuren soms zeer kritisch waren over zijn werk, hem zelfs ter verantwoording riepen en sommigen zijn overlijden absoluut niet betreurden. Ook Maul heeft vragen bij allerlei composities en situaties en stelt ze aan Bach, in passages met een ongewone typografie. Uiteraard krijgt hij geen antwoord, maar zijn vermoedens zetten ons aan het denken over Bachs motieven en nodigen uit tot verder onderzoek waardoor die vragen wellicht ooit worden beantwoord, al vermoed ik dat die antwoorden eerder komen van nu nog onbekende documenten dan van een nieuwe kijk op nu bekende documenten, al weet je het in deze kwestie natuurlijk nooit. Maul kent de Bach-documentatie op zijn duimpje en kan goed uitleggen. Hij schrijft niet helemaal voor beginners en legt dus niet alles uit, maar hij weet hoe hij leken en liefhebbers aan zich moet binden. De vele illustraties verlevendigen de tekst, de chronologie en werkenlijst zijn zeer nuttig, via een QR-code zijn de besproken stukken te beluisteren en de vertaling van Clemens Romijn maakt het betoog prettig leesbaar. Het geheel past volledig bij de ondertitel: Een liefdesverklaring. Na lezing van het boek wil men vooral luisteren en bewonderen. Mysterie of niet, de liefde groeit.

Siehe, ich stehe vor der Tür und klopfe an.....

J.S. Bach